Het Franse woord ‘Gargouille’, in het Nederlands waterspuwer, komt van het woord ‘garg’ dat gorgel betekent en het oud Franse woord ‘goule’ dat mond betekent. Het verwijst naar het geluid van water dat uit de keel komt. Goed vergelijkbaar met het Nederlandse woord ‘gorgelen’. 

 

De belangrijkste praktische functie van waterspuwers is het afvoeren van regenwater van de muren.

 

Waterspuwers worden vormgegeven in de vorm van chimère figuren; vuurspugende mythologische monsters in allerlei hoedanigheden.

De zorgvuldigheid waarmee de beeldhouwers deze hoog en uit het zicht geplaatste chimère figuren hebben vormgegeven, impliceert dat ze ook een symbolische functie hebben.  

 

De waterspuwer is de bewaker van het Goede en van de heilige plaats.

Allen die door ondeugd en lust in de verleiding zijn gebracht, mogen de heilige plaats niet betreden en ontheiligen.

Naast de onwelkome ondeugden wordt ook het kwaad geweerd door de spuwers.

Het kwaad werd in vroeger tijden belichaamd door ketters, niet-christenen, magiërs, heksen en geëxcommuniceerden.

Alle verdorvenheden zullen als water worden afgewezen door de waterspuwers die de plaats bewaken.

De waterspuwers wilden laten zien dat het gebouw door goddelijke bescherming werd omgeven. 

 

Deze beroemde steenblokken, gehouwen in de vorm van angstaanjagende, monsterlijke sculpturen, herinnerden de gelovigen eraan dat ze altijd op hun hoede moesten zijn voor de duivel.

De lelijkheid van de waterspuwers is zo groot dat zelfs de duivel er bang voor is. 

 

De waterspuwer staat symbool voor het nachtelijk leven, voor het duistere, de onderwereld, voor het monster in onszelf en voor verwoestende demonen.

 

Het is ook een positief symbool dat in veel opzichten op de draak lijkt.

Ze vertegenwoordigt het diep in jezelf verborgen leven. Ze is tegelijkertijd een waakzame bewaker, een Cerberus  én een verleider, zoals alle duivels. 

 

De waterspuwer is een demon die bescherming biedt tegen demonen.

Het werkt vanuit het magisch denken dat vuur met vuur kan beschrijden. 

 

In het verleden werden waterspuwers gezien als stenen demonen die door mensen tot slaaf waren gemaakt en vastgeketend aan de gebouwen zaten.

Volgens legendes schreeuwden de waterspuwers bij de nadering van het kwaad en onreinheid.

Of zoals Jacques Brel in zijn liedje ‘Le Plat Pays verwerkte: “Waar steenduivels de wolken neerhalen”.